Spreekrecht

Spreekrecht Cees van Rooij

Tinka's vader Cees maakte als een van de eersten in Nederland bij een strafzaak gebruik van het destijds ingevoerde spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden van een ernistig misdrijf.Dit om mede namens Ria en Mariëlle de impact van de moord op hun leven in het strafproces te verwoorden. Hij zei o.a....

Tinkeltjes grote droom was in een mooie witte jurk en aan de arm van pappie naar het altaar te lopen. Het werd helaas in een witte kist naar het crematorium. We voelen ons sinds 26 mei 2004 geamputeerd zonder verdoving. Ons pronkjuweeltje is meedogenloos de hersens ingeslagen, op een beestachtige wijze om het leven gebracht.

We hoopten dat Tinka niet bewust de slachtpartij heeft meegemaakt, maar de werkelijkheid zegt anders. Het beeld dat Ria en ik hebben na het lezen van de dossiers, gaat maar niet uit ons geheugen, we hebben de foto's gezien waarop Tinka was verpakt in plastic folie met tape erom. Als oud vuil in het water gegooid, ons kindje.

De kille, laffe, gruwelijke, steriele, gewetenloze en intens gemene moord bezorgen ons als vader, moeder en zus slapeloze nachten, maagpijn, en zielenpijn. En dan te bedenken dat ze de hoofdverdachte als vriend hebben binnen gelaten tijdens de weken van de vermissing van Twinkeltje. De stoppen sloegen helemaal door toen bleek dat de man in het crematorium langs Tinka's kist is gelopen, en dat de verdachten onderling geld hadden uitgelegd om een krans te kopen. Met als tekst daarop " Van je vrienden"

We zijn opstandig, woedend en schreeuwen om wraak, op vergeving hoeven ze niet te rekenen.

Gedeelte van het spreekrecht Ria van Rooij (Betty B. 2008)

"Als je kind is vermoord lijkt het alsof je in een vreemd land bent waarvan je de taal niet spreekt. Je opent je mond om iets te zeggen en je krijgt de indruk dat niemand je begrijpt. Het lijkt alsof iedereen die je tegenkomt ziet dat je anders bent dan zij. Wij hebben een andere blik en ruiken naar tragedie. We worden elke dag weer heen en weer geslingerd van pijn, verdriet en gemis naar woede, haat en wraak naar de personen die dit je gezin hebben aangedaan. Anderzijds beseffen we dat wraak onze grootste vijand aan het worden is. We zijn bang dat het nooit meer goed kom met ons leven. Ons leven heeft alleen maar een verleden. de kleur is eruit…alles is grijs geworden.”

“Kan iemand mij vertellen hoe ik rouwen moet? Ik weet het niet. Diepe intense pijn heb ik. Niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Er zit een gat in mijn hart dat nooit meer dicht gaat. Het traumatische beeld van Tinka’s in plastic en tape verpakte dode lichaam raak ik maar niet kwijt. Iedere dag denk ik aan 26 mei 2004. De dag dat Tinka werd vermoord. Verdriet zie je niet aan de buitenkant. Het zit in je lijf, diep van binnen. Wij leven niet…wij overleven.”

/